Ziekten die door teken worden overgebracht

De derde ziekte die wij bespreken die wordt overgebracht door teken is Ehrlichia canis.

De teken die deze ziekte overbrengen komen momenteel niet in Nederland voor. De teek komt voor in Warmere landen waaronder Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal en Griekenland.

De Ehrlichia canis is niet gevaarlijk voor mensen. Er zijn wel andere Ehrlichia soorten die wel mensen kunnen infecteren. Infecties bij de kat zijn zeer zeldzaam en katten lijken ook veel minder last te hebben van een infectie met Ehrlichia.

Honden kunnen enkele dagen na besmetting ziek worden maar het kan ook jaren duren voor ze er klachten van krijgen. Er is een acute fase waar honden zonder behandeling doorheen kunnen komen maar zij blijven dan wel geïnfecteerd voor maanden tot jaren.

Ehrlichia canis gaat in de witte bloedcellen zitten. In de acute fase kunnen klachten optreden van koorts, sloomheid, verminderde eetlust en gewichtsverlies. Andere symptomen die kunnen voorkomen zijn vergrootte lymfeklieren, oog en neusuitvloeiing en in sommige gevallen neurologische verschijnselen.

Als de hond hier doorheen is ontstaat de subklinische fase. In deze fase is de hond niet ziek maar draagt nog wel de parasiet bij zich. Wel kan soms een verlaging van de bloedplaatjes in het bloed zichtbaar zijn.

De symptomen van chronische Ehrlichia zijn erg wisselend.
Symptomen die kunnen voorkomen:
• Sloomheid
• Verminderde eetlust
• Snel bloeden en bloeden stopt minder snel (bloedneus, bloedingen in de huid en de slijmvliezen).
• Bleke slijmvliezen
• Koorts
• Gewichtsverlies
• Vergrote lymfeknopen
• Vergrote milt
• Oogontsteking
• Veel drinken en plassen
• Oedeem
• Kreupelheid door spier en gewrichtsontstekingen
• Nierfalen door een ontsteking van de nieren
• Neurologische verschijnselen

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door middel van bloedonderzoek. In sommige gevallen is de parasiet zichtbaar in de witte bloedcellen op een bloeduitstrijkje.
Daarnaast kunnen de antistoffen tegen Ehrlichia worden bepaald in het bloed. Deze ontstaan 1 tot 4 weken na de infectie. Een verhoogde titer geeft aan dat een hond ooit contact heeft gehad met deze parasiet. Het bewijst niet dat de huidige klachten van de hond door deze parasiet worden veroorzaakt.
Er kan ook een PCR worden gedaan. Hierbij wordt DNA van de parasiet aangetoond. Deze kan echter wel vals negatief zijn. Dat wil zeggen dat als deze test negatief is wij niet met 100% zekerheid kunnen zeggen dat de hond het dan ook niet heeft.

De behandeling bestaat uit een langdurige antibiotica kuur (gemiddeld een maand). Honden kunnen hiermee genezen van deze ziekte. Genezing is moeilijker en soms niet meer mogelijk in de chronische fase. Ook kan het zo zijn dat er schade is opgetreden die niet meer te herstellen is (bijvoorbeeld loslating van het regenboogvlies van het oog).

Wederom geldt dat voorkomen beter is dan genezen. U kunt het voorkomen door uw hond niet mee te nemen naar gebieden waar deze teken voorkomen. Mocht uw hond toch meegaan zorg dan voor een goede tekenbestrijding!