Bloedonderzoek

BLOEDONDERZOEK

Bloedonderzoek is het onderzoeken van bepaalde stoffen in het bloed. Hiermee kunnen ziekten worden aangetoond of uitgesloten.

Er zijn HONDERDEN bloedtesten mogelijk! Het bespreken van alle mogelijke bloedtesten is daarom onmogelijk.

Bij iedere patiënt die binnenkomt hebben wij een rijtje in ons hoofd met de mogelijke ziekten die de klachten kunnen veroorzaken. Aan de hand van dit rijtje bepalen wij of er bloedtesten nodig zijn en zo ja welke bloedtesten voor uw huisdier op dat moment nodig zijn. Uiteraard gaat dit altijd in overleg met u.

Bloedonderzoek geeft aanwijzingen over waar het probleem zich bevind. Maar vaak is er daarna nog verder onderzoek nodig. Bijvoorbeeld bij een verhoging van de leverwaarden weten wij dat er iets aan de hand is met de lever. Maar het bloedonderzoek laat niet zien wat er dan precies met de lever aan de hand is. Door een echo van de lever te maken kunnen wij hier dan verder naar kijken.

Lang niet alle ziekten kunnen gevonden worden met een bloedonderzoek. Vergiftigingen en kanker zijn bijvoorbeeld in bijna alle gevallen niet in het bloed terug te zien.

En zoals voor alle testen geld: ook bloedonderzoek is niet 100% betrouwbaar. Soms zijn de waarden afwijkend terwijl er niks aan de hand is en soms zijn de waarden normaal terwijl er wel wat aan de hand is. Uw dierenarts zal altijd de uitslagen bekijken in het licht van de klachten en het klinisch onderzoek van uw huisdier.

Wij hebben de mogelijkheid om veel bloedtesten in huis te doen. Zo kunnen wij de bloedcellen bekijken (hematologie) en veelgebruikte testen uitvoeren zoals die voor nierwaarden, leverwaarden, suiker, eiwitten, schildklier, electrolyten en phenobarbital (klinische chemie).
Andere bloedtesten zoals bijvoorbeeld het testen van hormonen, alvleesklierenzymen en afweerstoffen op bepaalde ziektes sturen wij op naar een laboratorium. Meestal heeft u dan binnen enkele dagen een uitslag.

Aankomende weken gaan wij u wat meer vertellen over een aantal van deze testen.

 RODE BLOEDCELLEN

Rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam. In de longen krijgen zij verse zuurstof en het hart zorg er vervolgens voor dat deze cellen met vers zuurstof door het lichaam worden gepompt zodat de zuurstof overal kan komen. Als het weefsel de zuurstof uit de rode bloedcellen heeft gebruikt gaan de bloedcellen met de aders weer terug naar het hart om nieuwe verse zuurstof te halen.
Zuurstof is essentieel. Alle cellen in het lichaam hebben zuurstof nodig. Zonder zuurstof kunnen wij en onze huisdieren niet overleven. Een probleem met de rode bloedcellen kan dus grote gevolgen hebben.

Bij het onderzoek van de rode bloedcellen wordt er o.a. gekeken naar:
• Het aantal rode bloedcellen (RBC)
• Het percentage rode bloedcellen ten opzichte van de hoeveelheid vocht (hematocriet, Ht)
• De hoeveelheid hemoglobine (Hb)
• Hoe de rode bloedcellen eruit zien: zijn er afwijkende cellen, hoeveel jonge rode bloedcellen zijn er, zijn de bloedcellen allemaal even groot, zitten er parasieten in de bloedcellen etc.

Als er te weinig rode bloedcellen zijn wordt er gesproken over bloedarmoede. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan er te weinig bloedcellen worden aangemaakt door het beenmerg, kan er bloed verloren gaan via bijvoorbeeld de darmen of de nieren of er wordt bloed afgebroken. Het bekijken van de rode bloedcellen kan dan meer vertellen over de oorzaak. Bij een afbraak van bloed zien we bijvoorbeeld vaak dat de bloedcellen verschillend van grote zijn en vaak hebben een aantal cellen ook een afwijkende vorm.

Er kan ook een te hoog percentage bloedcellen zijn ten opzichte van de hoeveelheid vocht. Dit kan dan betekenen dat er in verhouding te weinig vocht in de bloedvaten zit, of te wel er is sprake van uitdroging. In zeldzame gevallen is er echt een teveel aan rode bloedcellen doordat het lichaam te veel rode bloedcellen aanmaakt.

Op de foto hieronder ziet u bloedcellen met parasieten in de cellen. Een aantal parasieten (bijvoorbeeld babesia) gaan letterlijk in de rode bloedcellen zitten en zorgen daar voor problemen.

 WITTE BLOEDCELLEN

Witte bloedcellen spelen een rol in de afweer van het lichaam tegen o.a. infecties. Er zijn verschillende soorten witten bloedcellen die allemaal een eigen functie hebben in het lichaam.

In de foto van een bloeduitslag ziet u de verschillende bloedcellen die wij meten.
• Het totale aantal witte bloedcellen (WBC)
• De neutrofielen (NEU)
• De lymfocyten (LYM)
• De monocyten (MONO)
• De eosinofielen (EOS)
• De basofielen (BASO)

Bij verschillende soorten ontstekingen kunnen verschillende witte bloedcellen te hoog of te laag zijn. Zo zien wij nog wel eens een verhoging van de eosinofielen als er een huidinfectie is of een infectie met wormen. Bij chronische ontstekingen zien wij vaak een verhoging van de neutrofielen. Medicijnen kunnen ook effect hebben op de witte bloedcellen. Zo kan prednison voor een verhoging van de witte bloedcellen zorgen.

Het onderzoek van de witte bloedcellen kan aangeven of er een ontsteking is en wat voor soort ontsteking er kan zijn. Het vertelt ons echter niet waar deze ontsteking dan zit. Soms geeft het klinisch onderzoek van uw hond of kat voldoende aanwijzingen om te weten waar de ontsteking zit. Soms is er echter nog verder onderzoek nodig.  

 

CHEMIE

In dit voorlopig laatste deel over bloedonderzoek bespreken wij een veel gebruikte chemie test.

Zoals wij in het eerste deel lieten weten bestaan er honderden bloedtesten. Ze allemaal bespreken zou dan ook veel te ver gaan. Daarom heb ik besloten u een voorbeeld te geven aan de hand van het bepalen van de nierwaarden.

Voor de nierwaarden zijn er op dit moment drie testen die het meest worden gebruikt: Ureum, Creatinine en SDMA.

Ureum is een stikstof bevattende stof die ontstaat bij afbraak processen in het lichaam en wordt uitgescheiden in de urine. Ureum is niet specifiek voor de nieren. Dat wil zeggen dat er naast nierproblemen ook andere oorzaken zijn van een verhoogde of verlaagde ureum concentratie. Zo kan een verhoogd ureum o.a. duiden op een slechtere nierfunctie, blaas/plas problemen, uitdroging of een verhoogde ureumproductie (eiwit rijke voeding, koorts, te snel werkende schildklier). Een te lage ureum concentratie kan o.a. voorkomen bij leverproblemen of dieren die slecht/onvoldoende eten.

Creatinine is een afbraakproduct uit spierweefsel en wordt net als ureum uitgescheiden in de urine. De hoogte van de creatinine concentratie is dus mede afhankelijk van hoe gespierd de hond of kat is. In tegenstelling tot Ureum is Creatinine een specifiekere bepaling voor de nierfunctie. Een verhoging van de creatinine zien we dan ook meestal bij nierproblemen. Een verhoging kan echter ook voorkomen bij o.a. plaskaters, uitdroging en shock.

Bij chronische nierproblemen gaat de creatinine pas omhoog als minimaal 75% van de nieren niet meer functioneert. Hierdoor was het erg moeilijk om beginnend nierfalen vast te stellen. Tegenwoordig is er een nieuwe test die gevoeliger is. Dit is de SDMA. De SDMA kan al verhoogd zijn bij een afname van de nierfunctie met 25 tot 40%. Daardoor kan een nierprobleem eerder worden vastgesteld en behandeld waardoor de prognose ook beter is.

Zoals u heeft gelezen is geen enkele bloedwaarde 100% specifiek voor de nieren. Als de bloedwaarden aangeven dat er een verminderde nierfunctie is dan zegt dit nog niks over de oorzaak van deze verminderde nierfunctie. Er kan bijvoorbeeld een niersteen aanwezig zijn of een nierbekkenontsteking etc. Dit houdt in dat er bij verdenking van een nierprobleem eigenlijk altijd verder onderzoek nodig is. Zo wordt er in de meeste gevallen urineonderzoek gedaan en een echo van de nieren gemaakt.
Aan de hand van alle onderzoeken samen kan er een behandeling worden ingesteld.